avocado

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avo·ca·do
enkelvoud meervoud
naamwoord avocado avocado's
verkleinwoord avocadootje avocadootjes

Zelfstandig naamwoord

avocado v/m

  1. (fruit) tropische vrucht van de avocadoboom.
    Van avocado en knoflook wordt guacamole gemaakt.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen