armoede
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ar·moe·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | armoede | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- de toestand waarin iemand leeft die zeer weinig middelen voor zijn levensonderhoud heeft.
- De armoede van het gezin was schrijnend nadat beide ouders hun werk verloren.
Vertalingen
1. de toestand waarin iemand leeft die zeer weinig middelen voor zijn levensonderhoud heeft.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.