afwerpen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·wer·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afwerpen |
wierp af |
afgeworpen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
afwerpen
- (overgankelijk) iets van zich afschudden
- Zij slaagden erin het juk van de bezetter af te werpen.