afwerpen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wer·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van werpen met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afwerpen
wierp af
afgeworpen
klasse 3 volledig

Werkwoord

afwerpen

  1. (overgankelijk) iets van zich afschudden
    Zij slaagden erin het juk van de bezetter af te werpen.