afschilferen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·schil·fe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afschilferen
schilferde af
afgeschilferd
zwak -d volledig

Werkwoord

afschilferen

  1. (ergatief) in schilfers ervan afvallen
    De verf van het kozijn was aan het afschilferen.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen