afhakken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·hak·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afhakken |
hakte af |
afgehakt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
afhakken
- (overgankelijk) door te hakken iets afscheiden
- De zijtakken werden eerst van de gevelde boom afgehakt.