hakken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hak·ken

Zelfstandig naamwoord

hakken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hak
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hakken
hakte
gehakt
zwak -t volledig

Werkwoord

hakken

  1. houwen, slaan met een scherp voorwerp om iets in stukken te verdelen
Afgeleide begrippen