administratie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: administratie (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˌɑtminɪsˈtratsi/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˌɑtminɪsˈtrasi/
Woordafbreking
- ad·mi·nis·tra·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | administratie | administraties |
| verkleinwoord | administratietje | administratietjes |
Zelfstandig naamwoord
administratie v
- de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
- Zijn inschrijving kon niet worden teruggevonden in de administratie.
- beherend orgaan van een instantie
- Tarieven zijn op te vragen bij de administratie.
- beheer of bestuur
Afgeleide begrippen
- [1], [2] administratiebeheer, administratiebureau, administratiedienst, administratief, administratiekantoor, administratiemedewerker
Vertalingen
1. de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.