aartsengel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aarts·en·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aartsengel aartsengelen
verkleinwoord aartsengeltje aartsengeltjes

Zelfstandig naamwoord

aartsengel m

  1. een hemelgeest in een rang boven een engel
    Weet jij wat een aartsengel is?
Vertalingen


Afrikaans

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aartsengel aartsengele

Zelfstandig naamwoord

aartsengel

  1. (religie) aartsengel
    «...mooie aartsengele in kostelike gewade...»
    ...mooie aartsengelen in fijne gewaden...[1]
Verwijzingen
  1. Louw, Anna M. (1986). Die loop van die rivier, p. 91. Uitg.: Tafelberg.