aanwinnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·win·nen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanwinnen |
won aan |
aangewonnen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
aanwinnen
- (overgankelijk) gebiedswinst boeken door verlanding
- Daarbij werd ze uitstekend geholpen door Sliedrechters die op genoemde oever voortdurend land aanwonnen voor riet- en griendcultuur.
- (overgankelijk) iets nieuws verwerven
- Zij wonnen daardoor veel nieuwe leden aan.