aanwinnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·win·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van winnen met het voorvoegsel aan-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanwinnen
won aan
aangewonnen
klasse 3 volledig

Werkwoord

aanwinnen

  1. (overgankelijk) gebiedswinst boeken door verlanding
    Daarbij werd ze uitstekend geholpen door Sliedrechters die op genoemde oever voortdurend land aanwonnen voor riet- en griendcultuur.
  2. (overgankelijk) iets nieuws verwerven
    Zij wonnen daardoor veel nieuwe leden aan.