aantasten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·tas·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aantasten |
tastte aan |
aangetast |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
aantasten
- (overgankelijk) aanvallen, aangrijpen
- Het metaal werd langzaam aangetast door de zure neerslag.