aantasten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·tas·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aantasten
tastte aan
aangetast
zwak -t volledig

Werkwoord

aantasten

  1. (overgankelijk) aanvallen, aangrijpen
    Het metaal werd langzaam aangetast door de zure neerslag.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen