aanschouwen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·schou·wen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanschouwen |
aanschouwde |
aanschouwd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanschouwen
- zien, gadeslaan
- ten aanschouwen van: in tegenwoordigheid van
Vertalingen
1.