aanpassing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·pas·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanpassing aanpassingen
verkleinwoord aanpassinkje aanpassinkjes

Zelfstandig naamwoord

aanpassing v

  1. een verandering in een richting
    Dat was de goede aanpassing waardoor het computerprogramma werkte.
  2. het zich aanpassen
    Hij maakte een aanpassing in zijn manier van lesgeven.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen