Kaninchen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Ein Kaninchen

Inhoud

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ka·nin·chen
Woordherkomst en -opbouw
  • Verkleinvorm van het Duitse woord Kanin, dat op zijn beurt van het Oudfranse conin stamt. Dit Oudfranse woord is afkomstig van het Latijnse cunīculus.

Zelfstandig naamwoord

Kaninchen o

  1. (dierkunde) konijn, konijntje
    «Man sollte sich vorher genau überlegen, ob man sich ein Kaninchen hält oder nicht.»
    Men moet vooraf goed bedenken of men een konijn wil houden of niet.
    «Das Kaninchen schnupperte neugierig an dem Fressen.»
    Het konijn knabbelde nieuwsgierig aan het eten.
Verbuiging
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • (spreektaal) Ein Kaninchen, das man hält, ist mehr wert als ein Hase auf dem Feld.
Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.
Uitdrukkingen en gezegden
  • wie ein Kaninchen vor der Schlange stehen
verlamd worden van angst
  • (schertsend) sich wie die Kaninchen vermehren
daar is het bij de konijnen af
  • ein Kaninchen aus dem Hut zaubern
een konijn uit de hogehoed te toveren
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen