zwangerschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwan·ger·schap
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het bijvoeglijke naamwoord zwanger met het achtervoegsel -schap.
enkelvoud meervoud
naamwoord zwangerschap zwangerschappen
verkleinwoord zwangerschapje zwangerschapjes

Zelfstandig naamwoord

zwangerschap v

  1. de tijd dat een vrouw een ongeboren kind met zich draagt
    Zij voelde zich niet lekker door haar zwangerschap.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen