-isme

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
357
Uitspraak
  • IPA: /ˈɪsmə/
Woordafbreking
  • -is·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord -isme -ismen
verkleinwoord

Achtervoegsel

-isme o

  1. maakt een abstract begrip, stroming of ideologie van een naamwoord (bijvoeglijk, zelfstandig of eigennaam)
    sociaalsocialisme
    alcoholalcoholisme
    Calvijncalvinisme
  2. vooral gebruikt voor politieke, economische, filosofische systemen, theorieën en doctrines, en kunststromingen
  3. eigenschappen, processen of verschijnselen b.v. magnetisme
  4. element dat uit de genoemde taal is overgenomen in het Nederlands b.v. anglicisme, belgicisme, dialectisme, frisisme, gallicisme, germanisme, graecisme, hebraïsme, lusitanisme
Hyponiemen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl