zoutig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zou·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van zout met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zoutig zoutiger zoutigst
verbogen zoutige zoutigere zoutigste
partitief zoutigs zoutigers -

Bijvoeglijk naamwoord

zoutig

  1. naar zout smakend
    • Bij het zoeken naar drinkwater vond men in Twente zoutig in plaats van zoet water. 
Synoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.