Naar inhoud springen

zonen

Uit WikiWoordenboek

(heteroniem)

  • zo·nen
  • [A]  zoon zn  met de uitgang -en
  • [B]  zone zn  met de uitgang -en

[A] de zonen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zoon
    ▸ Allebei probeerden ze hun zonen als opvolger op te voeden, met een tragisch resultaat.[1]
    ▸ Dominee Whitt stuurde zijn zonen op haar af om haar weg te sturen.[2]
    ▸ 'Dat ze de berichten niet geloofde dat haar beide zonen in de eerste maanden van de oorlog waren gesneuveld.[2]

[B] de zonen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zone
  1. ↑
    Jason Roberts
    “Al wat leeft” (2025), Hollands Diep, ISBN 9789048848348
  2. 1 2
    Shelley Read
    “Ga als een rivier” (2023), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021037004