zinvol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zin·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zinvol zinvoller zinvolst
verbogen zinvolle zinvollere zinvolste
partitief zinvols zinvollers -

Bijvoeglijk naamwoord

zinvol

  1. een bepaald nuttig doel dienend
    • Dit is een erg zinvolle bezigheid. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.