zeveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ve·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zeveren
zeverde
gezeverd
zwak -d volledig

Werkwoord

zeveren

  1. (inergatief) langdurig en schijnbaar oeverloos over details praten
    En dat college zeverde maar door over de meest academische vragen.