wroeten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wroe·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘woelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wroeten
wroette
gewroet
zwak -t volledig

Werkwoord

wroeten

  1. inergatief de grond omwoelen op zoek naar iets
    • Hij wroette in de modder om zijn verloren ring terug te vinden. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen