wroeten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wroe·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wroeten
wroette
gewroet
zwak -t volledig

Werkwoord

wroeten

  1. inergatief de grond omwoelen op zoek naar iets
    Hij wroette in de modder om zijn verloren ring terug te vinden.
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.