wiste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wis·te

Werkwoord

vervoeging van
wissen

wiste

  1. enkelvoud verleden tijd van wissen
    Ik wiste.
    Jij wiste.
    Hij, zij, het wiste.

Bijvoeglijk naamwoord

wiste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van wis