wijders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wij·ders

Bijvoeglijk naamwoord

wijders

  1. partitief van de vergrotende trap van wijd
    • Dat is iets wijders... 

Gangbaarheid

25 % van de Nederlanders;
17 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be