waterhoofd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·hoofd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterhoofd waterhoofden
verkleinwoord waterhoofdje waterhoofdjes

Zelfstandig naamwoord

waterhoofd o

  1. (medisch) een aandoening waarbij in de hersenventrikels teveel hersenvocht aanwezig is
    Een waterhoofd kan aangeboren zijn of het gevolg van infectie of een ongeluk.
  2. (figuurlijk) topzwaar, een organisatie met een leiding die te groot is voor de omvang van die organisatie
    „Griekenland is een land van corruptie en geheime kartels en heeft een bureaucratisch waterhoofd.” [1]
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Tijn Sadée 2 juli 2015 NRC