wane

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ne

Werkwoord

vervoeging van
wanen

wane

  1. aanvoegende wijs van wanen


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /waːnɐ/ (Etsbergs)
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt uit het Germaans (vgl. het Nederlandse zich ergens wanen).
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wane
woean
gwoeane
klasse 8 volledig

Werkwoord

wane

  1. gemakkelijk voelen.
    «Dae woean zich in dietj hoes.»
    Hij voelde zich op zijn gemak in jouw huis.
  2. emotioneel zijn.
    «Dae's gwoeane achter g'm bäöre.»
    Hij was emotioneel geworden na die gebeurtenis.