volta

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Italiaans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord volta volta's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

volta v/m

  1. (dichtkunst) wending in een sonnet

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen