voetbalt
Uiterlijk
- voet·balt
| vervoeging van |
|---|
| voetballen |
voetbalt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voetballen
- Jij voetbalt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voetballen
- Hij voetbalt.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van voetballen
- Voetbalt!
- Het woord voetbalt staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.