vlogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlo·gen

Werkwoord

vervoeging van
vliegen

vlogen

  1. meervoud verleden tijd van vliegen
    • Wij vlogen. 
    • Jullie vlogen. 
    • Zij vlogen. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.