vloekt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vloekt

Werkwoord

vervoeging van
vloeken

vloekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vloeken
    • Jij vloekt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vloeken
    • Hij vloekt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van vloeken
    • Vloekt!