vlijt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlijt
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ijver’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]

Werkwoord

vervoeging van
vlijen

vlijt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlijen
    • Jij vlijt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlijen
    • Hij vlijt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van vlijen
    • Vlijt! 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen