verwond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wond
Woordherkomst en -opbouw
  • ww:  verwonden ww  zonder de uitgang -en
  • vervoeging van verwonden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verwonden

verwond

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verwonden
    • Ik verwond. 
  2. gebiedende wijs van verwonden
    • Verwond! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verwonden
    • Verwond je? 
vervoeging van: verwonden…
verbogen vorm: verwonde

verwond

  1. voltooid deelwoord van verwonden
  2. vormt de voltooide tijden
    • Hij had zijn tegenstander licht verwond. 
  3. vormt de lijdende vorm
    • Hij werd in het gevecht licht gewond door zijn tegenstander. 
  4. vormt een ergatieve constructie met het hulpwerkwoord raken
    • Hij raakte licht verwond bij dat gevecht. 
  5. attributief gebruikt
    • De in het ongeluk zwaar verwonde man werd in een ambulance afgevoerd. 
  6. bijwoordelijk gebruikt
    • Enstig verwond en versuft van de klap wist hij even niet meer waar hij was. 
Antoniemen

Werkwoord

vervoeging van
verwinden

verwond

  1. enkelvoud verleden tijd van verwinden
    • Ik verwond. 
    • Jij verwond. 
    • Hij, zij, het verwond. 

Gangbaarheid