verwezenlijken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·we·zen·lij·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verwezenlijken
verwezenlijkte
verwezenlijkt
zwak -t volledig

Werkwoord

verwezenlijken

  1. werkelijkheid maken van plannen realiseren, waarmaken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.