verveeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·veeld
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van vervelen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verveeld verveelder verveeldst
verbogen verveelde verveeldere verveeldste
partitief verveelds verveelders -

Bijvoeglijk naamwoord

verveeld [1]

  1. verveling voelend of uitdrukkend

Bijvoeglijk naamwoord

verveeld

  1. verveling voelend of uitdrukkend
     Ik was totaal weggeregend in mijn tentje en had het hele weekend een beetje verloren en verveeld voor me uit zitten kijken in een kroeg.[2]
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van: vervelen…
verbogen vorm: verveelde

verveeld

  1. voltooid deelwoord van vervelen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be