verstikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stikt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verstikken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verstikken

verstikt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verstikken
    • Jij verstikt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verstikken
    • Hij verstikt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verstikken
    • Verstikt! 
vervoeging van: verstikken…
verbogen vorm: verstikte

verstikt

  1. voltooid deelwoord van verstikken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.