verstikken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stik·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verstikken
verstikte
verstikt
zwak -t volledig
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

verstikken

  1. overgankelijk doen stikken, door verstikking doden
    • Het gas in de ruimte verstikte hem. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.