verplettert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·plet·tert

Werkwoord

vervoeging van
verpletteren

verplettert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpletteren
    • Jij verplettert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpletteren
    • Hij verplettert. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verpletteren
    • Verplettert!