verlept

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lept
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verleppen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verleppen

verlept

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verleppen
    • Jij verlept. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verleppen
    • Hij verlept. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verleppen
    • Verlept! 
vervoeging van: verleppen…
verbogen vorm: verlepte

verlept

  1. voltooid deelwoord van verleppen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be