verkondigt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kon·digt

Werkwoord

vervoeging van
verkondigen

verkondigt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verkondigen
    • Jij verkondigt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verkondigen
    • Hij verkondigt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verkondigen
    • Verkondigt!