verkondigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kon·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verkondigen
verkondigde
verkondigd
zwak -d volledig

Werkwoord

verkondigen

  1. overgankelijk bekend maken en sterk aanbevelen gewoonlijk aan een groep of menigte
    • Nationalistische politici verkondigden na de Ierse onafhankelijkheid (1921) het ideaal van een homogene Ierse bevolking. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.