verkondigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kon·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bekendmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • Afgeleid van kondig met het voorvoegsel ver- of afgeleid van kondigen met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verkondigen
verkondigde
verkondigd
zwak -d volledig

Werkwoord

verkondigen

  1. overgankelijk bekend maken en sterk aanbevelen gewoonlijk aan een groep of menigte
    • Nationalistische politici verkondigden na de Ierse onafhankelijkheid (1921) het ideaal van een homogene Ierse bevolking. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen