verengelst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·en·gelst
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verengelsen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verengelsen

verengelst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verengelsen
    • Jij verengelst. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verengelsen
    • Hij verengelst. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verengelsen
    • Verengelst! 
  4. voltooid deelwoord van verengelsen