verdraaid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·draaid

Werkwoord

vervoeging van
verdraaien

verdraaid

  1. voltooid deelwoord van verdraaien

Tussenwerpsel

verdraaid

  1. (krachtterm) uitroep van verbazing en ergernis
    • Verdraaid! Dat zal toch niet waar zijn! 
stellend
onverbogen verdraaid
verbogen verdraaide
partitief verdraaids

Bijvoeglijk naamwoord

verdraaid

  1. (krachtterm) uitdrukking van afkeer, ergernis, soms ook speels als waardering bedoeld
    • Heeft die verdraaide bengel me toch nog mat gezet! 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.