verderlopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·der·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verderlopen
liep verder
verdergelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

verderlopen

  1. de weg volgend lopend doorgaan
    • Na de winkeltjes te hebben bewonderd liepen zij verder. 

Gangbaarheid