verankeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·an·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van anker met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verankeren
verankerde
verankerd
zwak -d volledig

Werkwoord

verankeren [1]

  1. (scheepvaart) overgankelijk met ankers vastleggen
  2. overgankelijk stevig bevestigen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen