veelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • veel·de

Werkwoord

vervoeging van
velen

veelde

  1. enkelvoud verleden tijd van velen
    • Ik veelde. 
    • Jij veelde. 
    • Hij, zij, het veelde.