vastgespijkerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vast·ge·spij·kerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
vastspijkeren

vastgespijkerd

  1. voltooid deelwoord van vastspijkeren