uitstaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·staand

Werkwoord

vervoeging van
uitstaan

uitstaand

  1. onvoltooid deelwoord van uitstaan
stellend
onverbogen uitstaand
verbogen uitstaande
partitief uitstaands

Bijvoeglijk naamwoord

uitstaand

  1. van een geldbedrag dat het nog betaald moet worden
    • Het geld is helemaal op, terwijl er nog steeds uitstaande rekeningen zijn die betaalt moeten worden. 

Gangbaarheid