uitgevaardigd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·vaar·digd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uitvaardigen

uitgevaardigd

  1. voltooid deelwoord van uitvaardigen

Gangbaarheid