uitgelezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·le·zen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: uitlezen
verbogen vorm: uitgelezene

uitgelezen

  1. voltooid deelwoord van uitlezen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.