uitbundigers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·bun·di·gers

Bijvoeglijk naamwoord

uitbundigers

  1. partitief van de vergrotende trap van uitbundig
    • Dat is iets uitbundigers...