tuinhuisje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tuin·huis·je
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

tuinhuisje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord tuinhuis
  2. dim. tant. bouwsel in een tuin om spullen op te slaan (doorgaans uit hout)
Vertalingen

Meer informatie