trouwe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trou·we

Bijvoeglijk naamwoord

trouwe

  1. verbogen vorm van de stellende trap van trouw

Werkwoord

vervoeging van
trouwen

trouwe

  1. aanvoegende wijs van trouwen